De grootste zorg van de kerk van nu is bestuurskracht. Er zijn steeds minder mensen bereid om plaats te nemen in een kerkenraad. Als classis zetten we daarom sterk in op bestuurlijke samenwerking. Het kan u niet ontgaan zijn, daarom houd ik dit kort.
Belangrijker voor nu is: we kunnen deze bestuurlijke zorg onmogelijk los zien van de vergrijzing. In veel kerken moet je 50-minners met een kaarsje zoeken. Nu is er niets tegen ouderen, integendeel: de kerk is blij met hen. Maar een kerk met alléén ouderen houdt het niet lang vol. Bestuurlijk samenwerken is dan leuk, maar ook dweilen met de kraan open.
Wat spreekt jongeren niet aan in de kerk? Als je hen dat zelf vraagt, komen ze met drie reacties. De eerste is: zondagmorgen 10 uur? Geen geschikte tijd. Tweede: een kerkdienst is een monoloog. Een mevrouw of meneer in een jurk mag een uur praten, voor mij blijven er een paar liedjes over die ik niet ken. Derde: in de kerk gaat het over veel, maar niet over mij.
Vooral dat laatste is vreemd, want laten we niet denken dat jongeren maar een beetje voor het vaderland weg leven. Ze zijn juist heel erg bezig met vragen rondom zingeving: wie ben ik, waarom besta ik überhaupt? Hoe ga ik met een ander om, met mezelf, en met de aarde?
De kerk zou een perfecte plek kunnen zijn voor dit soort vragen. Maar de kerk is dat niet. Als ik eerlijk ben begrijp ik ook wel een beetje waarom. Dat heeft alles te maken met het feit dat wij ouderen – ik ben 60, ik behoor ook tot de ouderen – willen dat alles blijft zoals het was.
Wat ik in veel gemeenten ontmoet – en dus ook in mijn eigen hart – is: ‘Kom ga met ons en doe als wij.’ We willen wel jongeren in de kerk. Maar het is niet de bedoeling dat er dingen veranderen. Niemand minder dan Einstein leerde ons echter al: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Als je dus jongeren in de kerk wilt, dan moet het echt anders.
Hoe? Ik heb geen idee. Maar op de keper beschouwd gaat het ook niet om mij. Als wij als ouderen gaan bedenken hoe de kerk van de toekomst eruit moet zien, dan is dat bij voorbaat een mislukte exercitie. De kerk van morgen is van onze kinderen en kleinkinderen. Als ik het in ‘n beeld mag zeggen: de enige weg is dat wij hen de sleutels van de kerk geven.
Dat zal onontkoombaar betekenen dat de kerk zal veranderen. Is dat erg? Welnee, de kerk is altijd veranderd. Het hoort zelfs onlosmakelijk bij kerk zijn. Dat leerden de reformatoren ons al. Ecclesia reformata semper reformanda: een gereformeerde kerk moet altijd reformeren.
Deze week vieren wij Pasen. Ten diepste is dat een feest van verandering. Niet omdat het oude verkeerd was, maar omdat er van God iets nieuws komt. Laten we daarom niet bang zijn voor het nieuwe. Pasen is opstanding. Pasen is veranderen. Ook voor de kerk.
Mocht daaraan behoefte bestaan, dan kunt u zonder toestemming de column overnemen in kerkblad of op website.
