Huis

Dit voorjaar overleed mijn schoonvader. Hij was net als ik predikant, maar natuurlijk in een heel ander tijdsgewricht. Ik hing dus aan zijn lippen om verhalen over toen en ooit, maar die kwamen slechts zelden. Hij was geen prater, en al helemaal niet als het over hemzelf ging.

Wat wij weten over zijn predikantschap, weten wij dan ook vooral uit verhalen van anderen. Die klonken natuurlijk rond zijn uitvaart, maar ook toen wij eerder dit jaar op bezoek waren in zijn eerste gemeente Bakkeveen. We hoorden over zijn pastorale trouw en over zijn grote inzet voor jongeren. Ontroerend dat hij na bijna 60 jaar nog zo levendig herinnerd werd.

Toch spreken dingen soms nog meer dan mensen. Dat bleek toen na zijn overlijden zijn huis moest worden leeggeruimd. Voor een goed begrip is het noodzakelijk dat u weet dat hij daar bijna 50 jaar woonde. Ook moet u weten dat het een kast van een huis is. En tenslotte dat mijn schoonvader over veel talenten beschikte, maar dat weggooien er niet een van was.

Dat maakte het leegruimen van het huis een uitdaging. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik slechts voor een aantal praktische klussen werd ingeschakeld, verreweg het meeste werk kwam neer op de eigen kinderen. Natuurlijk, niemand anders dan zij konden het doen.

Elk kledingstuk, elk boek, elk stuk huisraad moest door hun handen gaan. Aan alles kleeft immers een herinnering. Leegruimen is dan ook meer dan opruimen. Het is afscheid nemen. Het is afsluiten. Het duurde maanden, maar toen was het klaar. En toen was het ook goed.

Mijn eigen moeder leeft nog, dus ik heb nog geen ouderlijk huis leeggeruimd. Maar ik herlas deze zomer wel de prachtig roman Gesloten Huis van Nicolaas Matsier. Ook toen zijn moeder overleed, moest er een huis leeg en schreef hij: ‘Een huis is gestolde geschiedenis.’

Huizen zijn dus belangrijk voor ons. We wonen er niet alleen in, onze huizen horen bij ons. We zijn ermee vergroeid, en met enige overdrijving kunnen we zelfs zeggen: wij zijn ons huis. Des te pijnlijker dat er in ons land mensen zijn die geen huis hebben. Uit hun eigen land verdreven, gevlucht voor ellende. Nu in een land waar je mag blijven. Maar zonder huis.

Voor hen zijn 19 deelnemende kerken de Actie Onderdak gestart. Voor statushouders die nergens terecht kunnen zoeken we voor drie maanden opvang. Het ministerie en het COA steunen de actie en betalen er ook voor. Maar zij hebben geen huizen, en kerken soms wel. Pastorieën, kosterswoningen, ruimtes bij of in kerk. Een plek die voor iemand even een thuis kan zijn. Het huis van God wordt dan een huis voor mensen. En zo hoort het ook.

Mocht daaraan behoefte bestaan, dan kunt u zonder toestemming de column overnemen in kerkblad of op website. Meer over de Actie Onderdak in de E-Flits.